Belforten in de middeleeuwen
Het belfort was de middeleeuwse veruitwendiging van de vrijheid
van de stad. In de vroege middeleeuwen waren steden immers
volledig afhankelijk van leenheren, vorsten en kerkelijke
overheden.
Maar gaandeweg konden zij zich privileges kopen. Het
bouwen van een belfort was er zo één. Maar opstandige vazallen
werden dan vaak gestraft met het in beslag nemen van de klokken uit
de toren, en het in brand steken van het belfort.
Belforten hadden drie functies:
- Het bewaren van de keure (documenten met de vrijheden
van de stad)
- Het luiden van de brandklok indien er ergens brand of
ander onheil uitbrak
- Nutsgebouw, bijvoorbeeld met de vergaderzaal van de
schepenen, de verblijfplaats van de torenwachter, of een
gevangenis.
De eerste belforten zijn voor 1250 gebouwd.
Wellicht zijn deze geïnspireerd op de vroegmiddeleeuwse
meestentoren of donjon, een alleenstaande toren die als laatste
toevluchtsoord van de burcht diende.
Het Ieperse belfort wordt gezien als de laatst gebouwde toren in
deze stijl.
Vele vervingen een oudere houten constructie. Soms werd het
nieuwe belfort gelijk met een halle gebouwd, soms bleef het bij een
toren.
In de bloeitijd der steden (vanaf 1250 tot 1500)
zette men deze traditie voort. Het Lierse belfort werd in 1369
gebouwd in een brabantse stijl: fijner en minder stoer dan de
Vlaamse belforten. De Brabantse steden liepen het proces van
zelfstandig worden dan ook heel wat gemakkelijker dan hun Vlaamse
neven: imponeren was minder nodig. Ook in de vervaltijd
van de steden, die aanbrak rond 1500, bleef men belforten
bouwen, maar dan vaak samen met het stadhuis. Ze werden alsmaar
decoratiever, vaak ook was het eenvoudigweg vernieuwing van een
bestaande toren. Daarna kwam het bouwen van
belforten sporadischer voor, tot in de negentiende eeuw. De
stedelijke vrijheid had plaats gemaakt voor de vorming van naties. Het
belfort te Lier heeft een beperkt grondvlak en een spits
uiterlijk, hoewel de torenkap het geheel volumineuzer doet lijken
dan het is. De bouwmeester, de Mechelaar-Lierenaar Hendrik
Meys (Mys, Mijs) bereikte dit effect door drie ingrepen:
- het ver uitkragen van de hoektorens, die bovendien met
een fries verbonden werden
- het licht naar buiten hellen van deze arkeltorens, om
een perspectief-effect ongedaan te maken en ze dus weer
"recht" te zetten
- de overkapping die verder uitsteekt dan noodzakelijk
|