Frankische oorsprong: de dries
De Grote Markt heeft vanuit de lucht gezien een driehoekige vorm.
Dit wijst erop, dat Lier een Frankische oorsprong heeft. In veel
Vlaamse gemeenten zie je dergelijke plaatsen, die soms nog de
oorspronkelijke naam "dries" dragen.
Verscheidene Lierse bekenden werden trouwens geboren in huizen aan de
grote markt:
- nr 14-15 Raymond de la Haye, de kunstschilder die in
Luik sneuvelde op zeer jonge leeftijd.
- nr 26 Isidoor Opsomer, de bekende portretschilder,
later Baron Opsomer.
- nr 33 Anton Bergmann, de geschiedschrijver van Lier en auteur
van "Ernest Staas, advokaat".
- nr 67-69 Jean-Baptist David, voorvechter van de Vlaamse
beweging, waaraan het Davidsfonds zijn naam ontleent.
In de Florent Van Cauwenberghstraat, die op de Grote Markt
uitkomt, vind je het Stedelijk Museum Wuyts-Van Campen. Hier kan je
naast internationaal geroemde werken zoals "De
Spreekwoorden" van Pieter Breughel ook het beste werk van
Lierse kunstenaars zoals Raymond de la Haye bekijken.
|
|
- Foto 1: Deel van "Het Schaekberd" (nr 57) in
speklagenstijl ofwel baksteen-zandsteen-stijl.

Foto 2: Gedenkplaat van Raymond de la Haye aan zijn geboortehuis,
nr 14-15.
|
Oude stijlen: van gothiek tot classicisme
De gothische periode in de bouwkunst is laat-middeleeuws (tot
ongeveer 1400). Het Hof van Colibrant, op de hoek van de
Grote Markt met de Van Cauwenberghstraat, is een voorbeeld. Let op
de spitsboognissen en het drielobmotief, en ook op de typische
"Antwerpse wortel" aan de zijde van de ramen.
Van de traditionele bak- en zandsteenstijl of
"speklagen-stijl" zijn ook voorbeelden zoals Het
Schaeckberd (nr 57). Je herkent deze stijl aan de typische rode
muren met witte "speklagen". Deze dienen enerzijds ter
versteviging van de bakstenen constructie, anderzijds ter
versiering.
Na de gothiek komt de renaissance, waarvan in Lier geen
gebouwen bewaard zijn behalve een poort in de Begijnhofstraat.
Vervolgens komt de barok, met zijn overweldigende
versiering en in de bouwkunst de kenmerkende krulgevels.
D'Eycken Boom (nr 36) en het Brouwershuis (nr 20)
zijn barokke gebouwen. d'Eycken Boom heette vroeger "Den
Inghel". Het gebouw werd in 1502 verkocht aan de Lierse
rederijkers "de Groeyende Boom".
Een uitvloeisel van de barok is de rococo-stijl. Rococo is
soberder, en kenmerkt zich door de schelpvormige versieringen.
Dat deze stijl niet los staat van de barok, toont het Elzenhof (nr 41-42). We laten het rococo stadhuis nog even voor wat het is,
want daarover gaat het volgende deel van deze wandeling.
Na 1850 keren architecten terug naar klassieke kenmerken en
zitten we in het classicisme. De stijl wordt nog soberder:
zie bijvoorbeeld nr 6 en 26.
Vele gevels krijgen een bepleistering.
Deze wordt in latere eeuwen om onderhoudsredenen dikwijls
weggehaald, zoals bijvoorbeeld bij De Conick van Spagnien (nr 52).
We spreken dan van een "gedecapeerde lijstgevel".
|
|
- Foto 3: Oude foto van het Vleeshuis, de vroegere lakenhallen
van Lier.

Foto 4: Raam van het Hof van Colibrant met Antwerpse Wortel
|
De nieuwe stijlen: neobarok tot art nouveau
Vrijwel elke oude stijl wordt na het klassicisme hernomen. Men
neemt soms elementen uit andere tijdvakken over, zodat er een
"eclectische stijl" ontstaat. Slechts weinig gebouwen zijn
in één zuivere neostijl gebouwd.
Zo vind je hier gebouwen met neogotische kenmerken (Rome,
nr 38) of neorenaissance-stijlen (Doerne Croon, nr 64 en De
Gulden Cop, nr 65, en De Nobel, nr 70).
Neotraditionele woningen zijn er in overvloed:
"St-Krispijn" (nr 30-31), "De Rooden Os" (nr
50, ook genoemd "De Mooriaan" en later "in 't
Schaapje"), "Het Live Vrouwke" (nr 55, later
"In de Klok"), of de vroegere brouwerij "de
Vijfhoeck" (nr 56).
Ook de neo-Lodewijk-stijlen (XV en XVI) zijn
vertegenwoordigd, met het van 1431 daterende "Moleneyzer"
(nr 2), het "Maestright" en "den Hert" (nr 3),
de "Eyseren Hoed" (nr 22, één van de oudste gebouwen te
Lier, daterende van voor 1423), en "Het Schildecken" (nr
54, later ook "De Clocke" genoemd).
Neobarok is zeldzamer, maar "Den Oyevaer" (nr
1) is een goed voorbeeld. Het heeft wel enkele neorococo-elementen.
Echt neo-rococo zijn de gebouwen "Mechelen" (nr
5), "De Roose" (nr 21), nr 29, het voormalig
Colveniershuys (nr 44, later ook "'t Wit Kruis" genoemd)
en "Het Schildecken" alias "De Gouden Ring" (nr
48).
Neoklassiek kan je noemen de gebouwen "De Gulden
Ploeg" (nr 18) en "St-Arnoldus" (nr 20).
Een voorbeeld van Art Nouveau is te bewonderen bij
"de Vijf Ringen" (nr 7). Let vooral op de versiering van
de borstweringen.
Aansluitend op de Art Nouveau is de Art Deco, waarvan "De
Valck" (nr 27-28) een voorbeeld is.
Tenslotte zijn er vele gebouwen die niet in één bepaalde stijl
kunnen ondergebracht worden, en die we dus "eclectisch"
noemen.
Mooie voorbeelden zijn "In den Engel" (of nog: de
"Dry Papegaykes", nr 47), de "Bonte Mantel" (nr
49), "de Oranienboom" of "de Olifant" (nr 61), "de
Wissel" ofte "den Rooden Hoed" (nr 71), "Den
Engel" (nr 73) en het zeer grote pand nr 76.
Het is niet gemakkelijk om de huizen steeds correct in te delen.
Vaak zijn de specialisten het onderling ook niet eens. Maar het is
wel boeiend aan de hand van uiterlijke kenmerken te proberen
te achterhalen in welke periode een gebouw gezet is.
|
|
Foto 5: "Het Schildecken", neo-Lodewijck-stijl.

- Foto 6: "Den Oyevaer", een neobarokke gevel met
neorococo-elementen.

Foto 7: Links "De Wildeman", een neostijl in traditie
van de Amsterdamse school, rechts nr 41-42 in neorococo.
|