Loskade en gevangenis
In 1414, net na de aanleg van de eerste stenen aanlegkade
"De Werf" aan de overzijde van de Hoge Brug, werd de
Vismarkt van stenen aanlegsteigers voorzien.
Schippers die hun waren kwijt wilden in de stad, moesten bij het
binnenvaren aan de Balie een stadsgeld betalen. Ze voeren dan
de Binnennete af tot hier en betaalden dan nog een extra kadegeld.
In die tijd mondden verscheidene stedelijke vlietjes uit
in de Nete. Zo liep hier naast de bakkerstoren de Brouwersvliet.
De Bakkerstoren hoort ook tot het oudste deel van de
stadsomwalling. Hij werd gebouwd in 1393 en gebruikt als
stadsgevangenis tot midden zestiende eeuw.
Later verhuurde men de toren aan het bakkersambacht. Vanwege zijn
ligging noemde men deze toren ook wel "Vischtoren".
Tot midden twintigste eeuw stond hier nog het Buyldragershuisje,
dat nu overgeplaatst is naar het Felix Timmermansplein.
In de loop van de achttiende en negentiende eeuw werden deze
vlietjes een gevaar voor de volksgezondheid. Men overdekte of
slempte ze.
Timmermans zou zich daarover nog beklagen, omdat hij vond dat het
bij de typische kenmerken van de stad Lier hoorde: "Met
goede wil en overleg hadden wij die vlietjes kunnen behouden en
tevens de gezondheidsregelen eerbiedigen. Het was even zo
schilderachtig als de beroemde Hollandse grachten. Maar men zag het
niet" (Het Oude Schone Lier).
|