De oude ringmuur
De naam "vesten" zegt veel over de geschiedenis
van dit stukje Lier. Oorspronkelijk was dit inderdaad een
vestingmuur, en wel de tweede ringmuur van de stad.
Om te begrijpen hoe deze vork juist in de steel zit, moeten we
terug naar de middeleeuwen.
Kort na de bouw van de eerste stadsomwalling, waarvan nu
nog slechts het onderste deel van de Zimmertoren en de
Gevangenenpoort overblijft, was er alweer ruimte te kort voor de
steeds maar groeiende Lierse bevolking.
De stadsmagistraat liet daarom een tweede omwalling
bouwen. Ditmaal werd ook het Begijnhof ingelijfd bij het centrum.
De buitenpoorten werden in zeer korte tijd gebouwd, over een
periode van bijna 40 jaar. De werken waren voltooid met de afwerking
van de Balietoren in 1424.
Men had de bevolkingsaangroei echter verkeerd ingeschat. Het
gedeelte van de stad tussen de eerste en de tweede muur was veel te
groot en het werd nooit helemaal volgebouwd. Zo waren er
volgens een telling van 1496 binnen de eerste stadsomwalling 516
haardsteden bewoond, en tussen de eerste en tweede omwalling slechts
324, hoewel het een veel groter gebied is.
In de achttiende en negentiende eeuw echter werden klassieke
vestingssteden van hun nut beroofd. De legers waren veel mobieler
geworden, en bovenal was de perfectie van zware schietwapens
fataal voor zelfs de dikste stenen muur.
De laatste buitenpoorten werden op bevel van de Fransen afgebroken
rond 1810. De muren werden geslecht, en in de plaats kwamen
bomen.
Daarmee werd de vest wat ze nu is: een oase van rust die de stad
omgeeft.
|