Grote en kleine Nete worden Nete
Vraag aan een Lierenaar welke rivieren je hier ziet, en hij zal
je vol ongeloof bekijken over zoveel onwetendheid. Maar vraag hem
dan welke rivier precies de Kleine, en welke de Grote Nete is, en
onze inwoner moet waarschijnlijk het antwoord schuldig blijven.
Weinigen weten het, maar hier is het dus. Op foto 1 zie je de
samenvloeiing van de Grote en de Kleine Nete. Recht voor je
is de Grote Nete, links de Kleine Nete (die door het stadscentrum
stroomt) en achter je worden deze beide rivieren samen de Nete.
Dit is de plaats waarover Timmermans schreef "Waar de drie
kronkelende Nethen een zilveren knoop leggen".
Zelfs de stad Lier vergiste zich (met opzet?) en plaatste
de gedenksteen zo'n honderd meter verder, aan de plaats waar de Nete
en de afleidingsvaart samenkomen.
|
|
- Foto 1: Plaats waar de gedenksteen had moeten liggen, nl waar
de Grote en de Kleine Nete samenvloeien in de Nete.
|
Ontstaan van Lier
Lier ligt aan de samenvloeiing van de Grote en de Kleine Nete.
Dat is natuurlijk geen toeval: het houdt verband met de ontstaansgeschiedenis
van vele steden in de vroege middeleeuwen.
Toen was immers transport over land tamelijk duur, en men
kon slechts in bepaalde seizoenen relatief kleine vrachten
vervoeren.
Over water was men minder afhankelijk van weer en wind. De
vervoerde last voor eenzelfde kracht was ook veel groter, en
bovendien was het comfortabeler reizen.
Zo ontstonden vele nederzettingen bij belangrijke
waterknooppunten. Men bouwde niet vlakbij de rivier, want dat was
meestal moerassige grond, maar op hoogten die zich in de buurt
bevonden.
Eén van de eerste kernen van Lier heette "Nivesdonck",
een lichte heuvel vlakbij deze plaats.
|
|
- Foto 2: Gedenksteen met tekst van Felix Timmermans.
|
De Nete in Pallieter
Timmermans is altijd gefascineerd geweest door de Nete. Dit
stukje natuur speelde dan ook een grote rol in veel van zijn werken.
Zo situeert Timmermans het huis van Pallieter, de Reynaert,
op het lager gelegen deel van de dijk aan de binnenzijde van de
stadsmuren. Je herkent deze plaats aan de volkstuintjes.
De schrijver fantaseert verder, en ziet voor zijn geestesoog een
groot bos aan de overzijde van de Nete. Hij noemt het de "Begijnenbossen"
en laat Pallieter er een boom redden.
Pallieter wordt ook verliefd op de molen van Fransoo, in
Pallieterland. Hij krijgt er maar niet genoeg van. Het doet de
schrijver dan ook zeer als "een boerken van Wieckevorst"
de molen afbreekt en ermee wegtrekt...
|
|
- Foto 3: Plaats waar de gedenksteen ligt, aan de samenvloeiing
van de Nete en de afleidingsvaart.
|