[5] De tuin van de Stedelijke Muziekacademie, met een hulde aan een
Liers volksfiguur
|
|
"Liberaal en katholiek komen om ter beste
spelen en zingen in de Grote Kerk. Elkeen denkt dat zijn
maatschappij het best gespeeld en gezongen heeft, en daarom is 't 's
avonds souper voor elke maatschappij."
Schoon Lier, 1925-1927.
|
Een ijskelder en de academie
Aan één zijde vind je de vijver van de muziekacademie, met
daarachter de neogotische gebouwen die ongeveer in een L-vorm
opgesteld zijn.
Aan de andere zijde zie je een prieel. Hieronder bevindt
zich een ijskelder, die uiteraard al jaren buiten gebruik is.
Maar vroeger, voor de koelkast en diepvriezer, kon men toch een
ruimte gedurende de zomermaanden onder nul graden
houden.
Men isoleerde de wanden met materiaal zoals turf. Gedurende de
wintermaanden zaagde men dan het ijs uit de vijver en men plaatste
het in de ijskelder. Koeltechniek van weleer.
|
|
- Foto 1: Prieel nabij kerk Sint-Gummarus
|
Het vroegere klooster
Wat nu de Stedelijke Muziekacademie is, was vroeger een klooster
van de paters Jezuïeten.
Deze orde had zich in Lier gevestigd
in het begin van de zeventiende eeuw, maar werd anderhalve eeuw
later opgeheven.
Pas in 1841 keerden ze terug.
Het klooster zelf dateert uit de achttiende eeuw. Het werd in de
eerste wereldoorlog zwaar beschadigd en heropgebouwd in 1923-1924.
Sinds 1972 fungeert het gebouw als muziekacademie.
Enkele jaren geleden heeft men hier een standbeeld opgericht voor
één van de bekendste Lierse figuren: Wardje van 't Jezuïeten.
|
|
- Foto 2: Deel van de stedelijke muziekacademie met vijver.
|
Lierse volksfiguren
Wardje
was geen geestelijke. Maar hij was katholieker dan eender welke
pater of pastoor. Eerst verdiende hij zijn boterham als hulpkoster
in Antwerpen, waar hij ook vandaan kwam. Later kwam hij bij de
Lierse Jezuïeten terecht, wat ook zijn bijnaam verklaart. Misschien
maar goed dat Wardje nooit ingetreden is, want hij was een fabelachtig
danser. Hij deed ook niet liever: "Nen cha-cha-cha, nen
trage wals, zelfs nen jive was voor mij kinderspel". Op
het einde van zijn leven liep hij wat moeilijk, maar verkocht
desondanks recordhoeveelheden almanakken, steunkaarten en
lidmaatschappen van de Broederschap van Sint-Gummarus. Aan
volksfiguren zoals Wardje heeft Lier geen gebrek. Wim Van Gelder,
dezelfde schrijver die ooit het Lierse dialect te boek stelde, heeft
ook een compilatie geschreven met de titel "Het Geheim van
Lier". Samen met Henri Melis beschrijft van Gelder onder
andere volgende Lierse persoonlijkheden:
- Sus den Berevechter ("Berevichter"):
kermisartiest en plantrekker, sterk als een os en altijd bereid
om voor een paar frank te boksen of te worstelen. Zijn zoon
heeft een antiekzaak die heden ten dage nog bestaat, en waar Sus
op latere leeftijd een handje toestak.
- Piet Koudneus ("Keitneus"): zijn bijnaam
ontleent hij aan een verhaaltje uit zijn jeugd: hij zou steeds
een koude neus hebben gehad. Piet was een sandwichman,
duivenloper, oppasser van de toen nog zeldzame wagens,... kortom
een duvel-doet-al. Hij vertoonde kunstjes voor een pint. Zo
heeft hij volgens Van Gelder ooit een kwartje doorgebeten alsof
't een stuk chocolade was.
- Cor de Kluts: Cor en haar man Jef leurden met vis,
mosselen, en in het seizoen ook met appelsienen en citroenen. Ze
werkten dag in dag uit, zeven dagen van de week, maar dronken
regelmatig hun borrel. Cor had ondanks haar ruige verschijning,
haar vloeken, en haar ongemanierd gedrag een gouden hart.
|
|
- Foto 3: Wardje van 't Jezuïeten, één van de beroemdste
Lierse volksfiguren.
|