Korte geschiedenis van Lier
Dit is dus de plaats "Nivesdonck" waar volgens de
legende de veldheer en grootgrondbezitter Gummarus in 764 een
houten kapel zou hebben opgericht.
Na zijn dood werd hij er ook begraven. De nederzetting zou
uitgroeien tot een provinciestadje van ongeveer 30.000 inwoners
(anno 2003).
Enkele muntvondsten wijzen echter reeds veel vroeger op
menselijke aanwezigheid in de streek, zelfs reeds in de Romeinse
periode.
Maar de eerste echte vermelding van "Lier" is in 870.
De plaats werd toen "Ledi" genoemd (waarvan
"Lier" is afgeleid).
"Ledi" kon twee betekenissen hebben:
- waterweg, een verwijzing naar de twee Neten die de
plaats toegankelijk maakten
- weg naar een hoger gelegen plaats (wat dan Nivesdonck
was)
Al heeft Sint-Gummarus Lier dan misschien niet gesticht, de
verering voor zijn persoon heeft de stad in het prille begin wel
doen groeien.
In 1194 kent Hertog Hendrik I van Brabant de titel "Oppidum"
toe aan Lier. In 1212 volgt dan ook de benaming "Stad".
In de middeleeuwen wordt Lier een welvarende stad die
herhaaldelijk bouwwerken aanvat. Op deze wandeling zullen we enkele
daarvan nog tegenkomen.
Na enkele economische rampjaren in de late middeleeuwen,
en heropflakkeringen tijdens o.a. het Oostenrijks bewind, kondigt
zich een nieuwe periode aan. In 1757 wordt de textielfabriek "de
Heyder" gesticht.
Dan komen de Fransen in 1792 en is het uit met de rust: vooral
kloosterorden hadden het zwaar te verduren.
In 1803 schaft men de vestingen van Lier af. De stadsvesten
worden naar beneden gehaald en men plant er bomen. Tot op vandaag
zijn de "vesten" (stadswandelingen) een aangename
wandeling voor een zonnige dag.
In dezelfde periode worden de tekenschool en de normaalschool
opgericht, wat Lier op de kaart zet als intellectueel centrum.
In de negentiende eeuw voert men ingrijpende veranderingen door:
vlieten werden gedempt, de stad breidt uit en maakt kennis met de
lintbebouwing, nieuwe kerken worden gesticht.
Na de eerste wereldoorlog trof men talloze gebouwen totaal in
puin aan. Men vatte de restauratie aan en voerde
reglementeringen in die de stijl van de huizen bepaalde en sommige
bouwwerken verbood.
|