Opgang en teloorgang van Caves
In de veertiende eeuw is er voor het eerst sprake van een
stadsbrouwerij. Gielis Dries kocht een pand achter het stadhuis en
baatte er een brouwerij uit die Lier bevoorraadde.
Tijdens de vijftiende eeuw werden andere brouwerijen
gesticht zoals "In den Swerten Leeuw" en "het
Molenyser". Men kon het bier echter nog niet lang genoeg
bewaren om het te transporteren. De bieraccijns nam regelmatig toe
en betekende een aardige inbreng in de stadsfinanciën.
In de zestiende en zeventiende eeuw ontwikkelt de
biernijverheid zich. De bevolking laaft zich aan het Cnol, een licht
zestiende-eeuws biertje.
In de achttiende eeuw nam Caves de eerste plaats in. Dit
bier wordt in heel Vlaanderen, en zelfs ver daarbuiten gesmaakt. De
Gentse magistraat eist zelfs een certificaat van herkomst bij elke
ton Caves.
Maar in de achttiende eeuw treedt ook het verval in. Kessel,
Nijlen en Bevel krijgen van de Raad van Brabant toestemming om in
totaal zes brouwerijen op te richten, met gunstiger accijnzen dan te
Lier.
Ook het economische leven krijgt een deuk door de Franse
bezetting. In de woelige oorlogsjaren daarop verdwijnen veel
brouwerijen. In 1880 blijven er slechts twee over.
Na twee opflakkeringen aan het begin van de negentiende en
twintigste eeuw was het in 1967 definitief gedaan met brouwen te
Lier na de sluiting van brouwerij Cuykens. Of toch niet?
|